Posts tonen met het label de Bijbel. Alle posts tonen
Posts tonen met het label de Bijbel. Alle posts tonen

maandag 13 juli 2015

Over slaven

Een deel van de Marokkaanse bevolking is afstammeling van slaven. De meeste zijn afkomstig uit Sub-Sahara Afrika. Zij werden meegenomen door karavanen en als slaven ingezet om o.a. de oasen te beheren die op de karavaanroutes lagen. Inmiddels zijn ze in de bevolking opgegaan. De Barbarijnse zeerovers uit het noorden voeren op roofjacht naar slaven voor de verkoop helemaal tot in IJsland. Bovendien verdienden ze flink aan de afkoop van gegijzelden zoals Piet Hein en Michiel de Ruijter is overkomen. Een slaaf is iemand die geen zeggenschap over lijf en leven heeft en het bezit is van een ander mens. Slavernij is ouder dan de geschreven geschiedenis. In de Bijbel is slavernij een gegeven en men kan er zelfs regels in vinden voor de behandeling van slaven. Moses leidde het Joodse volk weg uit de slavernij in Egypte. De Arabieren stammen af van Ismaël, zoon van Abraham en Haggar, de Egyptische slavin van zijn vrouw Sarah. Mohammed, Boodschapper Gods, had slaven, kreeg slaven in buit, kocht slaven en maakte ook slaven vrij. In de Koran en de Hadith (tradities) wordt uitgebreid ingegaan op de behandeling en rechten van slaven. Misschien is de Koran de eerste tekst waarin het gaat over rechten en niet over plichten. Vrijheid geven aan een slaaf gold als een goede daad in de Islamitische wereld, maar wat betekende vrijheid voor een vrijgemaakte slaaf? Haggar mocht niet meer de bronnen gebruiken die Abrahams stam toebehoorden. De Franse schrijver Antoine de Saint Exupéry beschrijft in ‘Het rijk der mensen’ hoe in het zuiden van Marokko een slaaf die te oud en krakkemikkig was om nog langer te werken, vrijgelaten werd zodat hij buiten de poort van zijn vroegere eigenaar stierf van honger, dorst en gebrek aan verzorging. Onderschrift: Dadeloogst in één van de oasen de Draavallei, de aanvliegroute van karavanen.

woensdag 24 juni 2015

Reizen naar een onbekend land

Deel 1 Een introductie 1 reizen naar een onbekend land Als je naar een vreemd land gaat, reis je in vertrouwen. Je vertrouwt erop dat de mensen je niet met achterdocht en vijandigheid zullen ontvangen. Of erger nog: dat ze je naar het leven staan. Toch kijk je op de site van het ministerie van Buitenlandse Zaken of het er veilig is en voor alle zekerheid sluit je een reisverzekering af tegen eventualiteiten. Voorts zoek je op het internet naar hotels en leest aandachtig wat reizigers er over geschreven hebben voordat je boekt. Je dekt je helemaal in en dan nog bekruipt je de nacht voor je vertrek een angstige twijfel... 'People are strange, when you're a stranger', zingt Jim Morrison van de Doors en zo is het. Het vreemdeling zijn, maakt je kwetsbaar in den vreemde. Je zoekt naar en hoopt op tekenen die je vertrouwen geven. En hoopt ondanks dat je twijfelt dat jouw gestelde vertrouwen dat je geeft door een vreemd land te bezoeken niet beschaamt wordt. Deze twijfel slaat in één klap om bij de eerste tekenen van hartelijkheid bij aankomst. Het is niet voor niets dat in de Koran het verhaal uit de Genesis over Lot en de engelen in de ongastvrije stad Sodom, vele malen voorkomt en geldt als één van de grote waarschuwingen. De profeet Mohammed die een tijd lang karavanen voor zijn vrouw Khadija geleid had naar Syrië en terug, wist hoe belangrijk een prettige ontvangst bij aankomst in een vreemde omgeving was en hoe hulpeloos een reiziger is als er iets mis gaat. Onderschrift: Op weg naar Tanger. ‘We zaten samengepakt in een kleine DC 787 waarvan het binnenwerk erg aangetast was door entropie. De stoel van Bert wilde niet ‘in the upright position’ en mijn armleuning zat nergens meer aan vast. Het was alsof Royal Air Maroc geen belang had bij een goede verbinding met de Marokkaanse achterban in Nederland.‘