Posts tonen met het label De koning van Marokko. Alle posts tonen
Posts tonen met het label De koning van Marokko. Alle posts tonen

vrijdag 23 oktober 2015

Het Vreemdelingenlegioen, Frans Imperialisme en mijnbouw

Waar de Anti Atlas in de Sahara overgaat hebben de Fransen deze gevangenis gebouwd. Wat er nog van over is, is een ruïne en een modern, redelijk welvarend Marokkaans dorp. Want de dwangarbeid in een nabij gelegen mijn waar de gevangenen aan onderworpen werden, is in vrijheid overgenomen door Marokkanen. De gevangenis werd beheerd door het beruchte en in romans en films veel geromantiseerde Franse Vreemdelingenlegioen. Opgericht in 1831 groeide het legioen uit tot een ‘elite’ korps waarin strenge discipline het huurlingen aspect vormgaf. Het Legioen stond er om bekend dat het allerlei misdadige elementen uit de maatschappij een ‘veilige’ haven bood. Iedereen begon als ‘legionair’, maar alleen Fransen konden het tot officier schoppen. Het Vreemdelingenlegioen bestaat nog steeds maar tegenwoordig worden de antecedenten van de aspiranten eerst getest. In z’n hoogtijdagen werd het Legioen vooral ingezet in de Franse koloniën en met name in Algerije en Marokko. Toen Marokko een Frans protectoraat werd, betekende het vooral dat Frankrijk z’n eigen belangen beschermde. Zo eigende het zich alle rechten toe op mijnbouw en de inkomsten uit de gedolven metalen en mineralen. Na de onafhankelijkheid zijn die rechten naar de Marokkaanse gemeenschap gegaan. Wat in werkelijkheid betekent dat de koning het in zijn bezit heeft en er de inkomsten van krijgt. (45 Marokko ZW)

zaterdag 10 oktober 2015

De poorten van Meknes

Meknes Ligt niet ver van Moulay Idriss. Alhoewel gebouwd als legerkamp in de 11de eeuw stond het al snel bekend om alles wat een reiziger uit die tijd aantrekkelijk vond: parken, waterpartijen, baden en moskeeën. Meknes groeide en bloeide ondanks wisselende heersers, maar het kwam pas echt tot wasdom onder Moulay Ismail. Hij kwam uit het geslacht der Alawieten die vanaf 1666 over Marokko heersten en nog steeds koningen leveren. Onder hem werd Meknes in 1675 hoofdstad van het rijk. Moulay Ismail regeerde ten tijde van onze Gouden Eeuw en had veel last van de opkomende Europese machten. Maar met een staand leger van slaven en toegewijde bedoeïen en de hulp van Barbarijse zeerovers wist hij het tij te keren en zijn macht te consolideren. In de 54 lange jaren van zijn regering zette hij zijn stempel op Meknes met vele grote bouwwerken. Onderschrift: De Bab Berdaine. Ik koos deze poort om te tekenen omdat het een redelijk simpel gedecoreerd bouwwerk was. Terwijl ik zat te werken, kreeg ik gezelschap van een keurig geklede en verzorgde debiele jongen. Ik had in eerste instantie nogal last van hem, maar toen Bertje zich er mee ging bemoeien en hem afleidde met foto’s in de reisgidsjes kwam het helemaal goed en namen we als goede vrienden afscheid van elkaar. (44 Meknes)

vrijdag 9 oktober 2015

Het belang van afstamming van Mohammed

In de Koran staat expliciet dat de gemeenschap (van gelovigen) voor stam- en familiebelangen gaat. Echter direct na de dood van Ali de vierde rechtgeaarde Kalief na Mohammed begon het gedonder in de glazen over de opvolging op grond van afstamming. Ali was de schoonzoon van Mohammed en vader van zijn twee kleinzonen. Hij was echter door de gemeenschap tot Kalief gekozen om zijn wijsheid niet om zijn relatie tot Mohammed. Na zijn dood was alles ineens terug bij het oude en liep de grote scheuring in Islam tussen Shiieten en Soennies via de breuklijn van familie en dynastie. Later werd die nadruk op afstemming bestempeld door de schriftgeleerden als deel van Soena, datgene wat traditie is vanaf de tijd van Abraham. Natuurlijk was in die tijd de gemeenschap al geheel gelovig en hoefde het niet saamhorig te zijn op grond van het geloof. Maar in de ogen van een buitenstaander als ik blijft het wringen, want Mohammed had gelijk een rijk zou zich in dienst moeten stellen van de gemeenschap niet van een dynastie. Iedere dynastie probeerde daarna zich te legitimeren als oorspronkelijk afstammend van Mohammed. Zo deed Moulay Idriss en zo doet de huidige koning van Marokko via zijn familienaam Alawi (afkomstig van Ali). Ibn Khaldoun verklaart waarom: afstammelingen zouden rechtschapener en verhevener zijn dan omhooggevallen pretendenten uit het gewone volk. Die zouden hoogstens ‘Sultan’ oftewel stadhouder kunnen worden zoals de (Turkse) Ottomaanse heersers. Onderschrift: zijn en haar in Meknes (46 Meknes)

woensdag 23 september 2015

Cannabis, Kief, Hasj

Onderschrift: Het was volop zaaitijd toen wij aan de andere kant van Isseguen uit het sombere bos kwamen. Overal werden de erg kleine veldjes geploegd, bemest en ingezaaid met zaad van de cannabisplant. Vaak was het te ploegen terrein zo stijl dat er geen tractoren ingezet konden worden en het zware werk door een span van paarden en muilezels gedaan werd. Terwijl ik tekende, hadden Bertje en Mohammed een gesprek met de werklieden. Vrolijke gasten die graag en trots vertelden. Ja, ze hadden tenminste werk! Het groeien en oogsten van cannabisplanten is officieel verboden. Vroeger waren de wegen zo slecht dat niemand uit Rabat kwam om te controleren wat er verbouwd werd, maar met de verbetering en verbreding van de weg sinds de komst van de nieuwe koning kwam ook de verhoogde bemoeienis vanuit de hoofdstad. In het begin werden velden voor straf nog wel afgefikt, maar de Riffijnen hadden wel voor hetere vuren gestaan en gingen gewoon door. Tegenwoordig worden ze met rust gelaten en kunnen ze zaaien wat ze willen. Het is zwaar werk, bekennen ze, maar het levert ook veel op. (31 Rifgebergte)

dinsdag 22 september 2015

De Riffijnen

We dronken uiteindelijk koffie en aten lunch in Issaguen een stadje tussen de ceders gelegen aan een T-kruising ook wel bekend onder de naam Ketama de hasjhoofdstad van Marokko. Terwijl ik een omelet soldaat maakte, tekende ik deze rokers. Één rolde een joint en een ander rookte de kiefpijp. Het zouden mijn makkers uit Arnhem kunnen zijn van 45 jaar terug, maar het waren Riffijnen. Deze dwarsgebakken bewoners van het Riffgebergte waren ooit ondernemende zeevaarders die de Atlantische oceaan trotseerden en de beruchte piraten van wat in onze streken de Barbarijse kust werd genoemd. Hun macht in eigen gebied werd vanaf de 17de eeuw betwist door koloniale grootmachten waaronder Spanje. Onze eigen Republiek heeft gedurende de 80jarige oorlog een verdrag met de Riffijnen gesloten tegen de Spanjaarden. Van 1920-26 hebben ze een felle strijd gevoerd tegen de Spaanse overheersers die steun kregen van Frankrijk. De grote held was Abdelkarim El Khattabi. Hij wist de verschillende stammen onder één vlag te verenigen. Maar de Riffijnen stonden er alleen voor. De rest van Marokko wachtte af. Tenslotte zetten de koloniale machten mosterd gas in om de weerstand te breken. El Khattabi werd verbannen. Na de onafhankelijkheid in 1956 waren de heersers in Rabat ervan overtuigd dat de Riffijnen zich wilden afscheiden. De Riffijnen kregen het zo zwaar te verduren dat ze nog twee maal in opstand kwamen: in 1958 en 1984. Gedurende de regering van koning Hassan II was de onderdrukking en achterstelling het grootst. De huidige koning lijkt milder gestemd en schijnt de Riffijnen meer te willen betrekken.(21 Rifgebergte)

zondag 20 september 2015

Mustafa met de benen van Bergkamp

Mustafa was een statige ex-gastarbeider uit Den Haag, die op zijn oude dag naar zijn geboortestreek was teruggekeerd. Hij was een ‘Faux Guide’ die ons op raketsnelheid, zonder dat we het wilden, maar te beleefd waren om af te haken, van toeristische attractie naar winkel, naar restaurant voerde. Hij was stokoud maar bewoog zich met een elegant geschuifel dat nog het meeste weg had van de bewegingen op het voetbalveld van Dennis Bergkamp. In 1960 woonden er, volgens de statistieken 3 Marokkaanse gastarbeiders in Nederland. In de twee decennia die volgden, vonden 40.000 Marokkanen hun weg naar Nederland. Nog steeds geen groot aantal. In 1976 migreerde 37% via directe werving en 43% via familie en kennissen. Ze kwamen uit alle delen van Marokko, maar voornamelijk uit het Riffgebied en de Sousstreek rond Agadir. De wervingscommissies in Nederland hadden een voorkeur voor deze wat minder ontwikkelde streken, omdat ze veronderstelden dat ‘die’ mensen niet mondig zouden zijn en dus minder eisen zouden stellen aan de Nederlandse staat. De Marokkaanse koning had ook een duidelijke voorkeur voor rekrutering uit de Riff, omdat paradoxaal genoeg de mensen daar de reputatie hadden opstandig te zijn. Volgens de Amerikaanse filosofe Martha Nussbaum was het van het begin af aan duidelijk dat de Nederlander in het algemeen deze nieuwe buur of collega niet in het hart zou sluiten. De ontkenning daarvan door de overheid leidde tot blijvende onrust en wantrouwen onder zowel ‘autochtonen’ als ‘allochtonen’. (19 Tetouan)

donderdag 17 september 2015

De Barbarijse Kust

De hele Middellandse Zeekust is in ontwikkeling als toeristische bestemming. De koning heeft dat zo gewild. Zijn vader hield niet zo van het noorden omdat de Riffijnen erg lastig waren. Hij bleef er liever weg en als de koning niet komt, komt de nering en het geld er ook niet. Maar nu is het anders. De koning heeft een paleis in Mdiq, vertelt Mohammed de Chauffeur. En daarom is er veel nieuwbouw en zijn er exclusieve ‘beachclubs’ en belommerde ‘gated communities’ en zijn er akkers vol vakantiehuisjes voor de ambtenaren en het spoorwegpersoneel. We bleven de kust volgen en kwamen via Martil uit in Oued Laoud een triest en tochtig gat waar tussen de uniforme nieuwbouw hier en daar een vissershuisje stond in de schaduw van een oude vijg. Het zand, de plastikzakjes en groepjes ontwortelde tieners waaiden rond over verlaten parkeerplaatsen. Misschien is het hier in de zomer vrolijk en levendig, maar dit was maart… We stopten om te tekenen aan een door hoge kliffen afgeschermd strand. Het was laat in de middag en de vissers maakten hun bootjes klaar voor de sardienenvangst. Dit was de beruchte Barbarijse kust waar vandaan in d’oude tijd piraten in snelle galeien met slaven aan de riemen, handelsschepen aanvielen. Hun stroperijen reikten tot over de Atlantische Oceaan. In de 17de eeuw kwamen ook een paar Hollanders zich er als zeerover vestigen. Het werd een inspiratie bron voor heel wat romantische verhalen en films vol degengevechten, blanke slavinnen en ongure Arabieren die mijn moeizame tienertijd hebben opgevrolijkt. Nu zag de kust er nogal prozaïsch uit. Aan de oppervlakte dan, want tussen de bedrijven worden hier vandaan mensen en hasj naar Spanje gesmokkeld. Ondanks het vredige uiterlijk heeft de Barbarijse kust nog niets van zijn kippenvel reputatie ingeboet. (Middellandse Zee16)