dinsdag 3 november 2015

De weg naar Timboektoe

In Marrakesh op het Djemaa El Fnaaplein staat een bord met daarop een karavaan kamelen en een man in het blauw. Het opschrift is: Timbouctou 53 dagen. In de Draavallei 450km verderop kom je hetzelfde bord tegen. De afstand naar Mali is dan nog 51 dagen. In werkelijkheid is de afstand onoverbrugbaar. Het is de nostalgische verwijzing naar de tijd dat de grenzen open waren en karavanen zich regelmatig verzamelden voor de lange tocht. Nu is het voor de toeristen om ons het gevoel te geven dat het ‘echte’ binnen handbereik is. Belangrijk in de trans Sahara handel waren de Touaregs. De Touaregs zijn een Berberstam die in Noord Mali en Zuid Algerije woont. De mannen staan bekend om hun blauwe gewaden en tulbanden en het pikante feit dat zij gesluierd zouden gaan terwijl de vrouwen dat niet doen. Gesluierd is een groot woord. Ze dragen een stofdoek voor de mond. Meestal zwart wat in sterk contrast staat met de lichtblauwe kleur van de rest van hun ‘outfit’: heel sexy. In Marokko zijn ze inmiddels uitgegroeid tot een ware mythe die voor de toeristen in stand wordt gehouden. Je vraagt je af hoeveel van de in het blauw geklede mannen ook werkelijk Touaregs zijn. De meeste ‘Touaregs’ verkopen tapijten en ‘bibelots’ of begeleiden toeristen op kameel ‘expedities’ in de duinen. Onderschrift: Met de Mercedes op de steile weg over de Tizi-N-Tichka pas waarvan de oostelijke flanken begroeid zijn met eikjes. Meer over mijn werk vind je op mijn website: http://www.petibuchel.com (50 Marokko)

De weg naar Timboektoe

In Marrakesh op het Djemaa El Fnaaplein staat een bord met daarop een karavaan kamelen en een man in het blauw. Het opschrift is: Timbouctou 53 dagen. In de Draavallei 450km verderop kom je hetzelfde bord tegen. De afstand naar Mali is dan nog 51 dagen. In werkelijkheid is de afstand onoverbrugbaar. Het is de nostalgische verwijzing naar de tijd dat de grenzen open waren en karavanen zich regelmatig verzamelden voor de lange tocht. Nu is het voor de toeristen om ons het gevoel te geven dat het ‘echte’ binnen handbereik is. Belangrijk in de trans Sahara handel waren de Touaregs. De Touaregs zijn een Berberstam die in Noord Mali en Zuid Algerije woont. De mannen staan bekend om hun blauwe gewaden en tulbanden en het pikante feit dat zij gesluierd zouden gaan terwijl de vrouwen dat niet doen. Gesluierd is een groot woord. Ze dragen een stofdoek voor de mond. Meestal zwart wat in sterk contrast staat met de lichtblauwe kleur van de rest van hun ‘outfit’: heel sexy. In Marokko zijn ze inmiddels uitgegroeid tot een ware mythe die voor de toeristen in stand wordt gehouden. Je vraagt je af hoeveel van de in het blauw geklede mannen ook werkelijk Touaregs zijn. De meeste ‘Touaregs’ verkopen tapijten en ‘bibelots’ of begeleiden toeristen op kameel ‘expedities’ in de duinen. Onderschrift: Met de Mercedes op de steile weg over de Tizi-N-Tichka pas waarvan de oostelijke flanken begroeid zijn met eikjes. Meer over mijn werk vind je op mijn website: http://www.petibuchel.com (50 Marokko)

De tuinen van Marrakesh

Marrakesh is beroemd om haar prachtige tuinen. De tuinen waarvan de eerste, de Menara tuinen, in het begin van de twaalfde eeuw werd aangelegd floreren in het gunstige klimaat. Door de rijkheid aan tuinen, parken en palmen werd Marrakesh een centrum dat culturele zwaargewichten door de eeuwen heen aantrok van Averroes van Cordoba tot Yves Saint Laurent. Van de laatste is de Majorella tuin, oorspronkelijk aangelegd door de Franse schilder Jacques Majorelle in de kleuren geel en ultramarijn. Verder zijn er de Agdal tuin, de Koutoubia tuin, de Mamounia tuin en de tuin van het Bahia paleis. Geen wonder dat de bewoners van Marrakesh zelf ook graag tuinieren. In de Medina is niet veel plaats voor tuinen. Daarom is men de lucht ingegaan en heeft men de daken als tuin ingericht. Soms zijn er hele perken aangelegd, maar meestal worden er aardewerken potten gebruikt om planten en bomen in te zetten. Onderschrift: Een deel van de daktuin van de Riad Dar Al Jawhara. Het prieel waarin ik zat te tekenen was begroeid met Bougainvillea en de rozen zijn gesnoeid voor de winter. (58 Marokko)

zondag 1 november 2015

Het Djemaa El Fnaaplein

Het Jemaa El Fnaaplein ligt aan de rand van de Medina van Marrakesh en is de oorspronkelijke Soek of marktplaats van de stad. De soek met alle winkels en werkplaatsen is inmiddels verplaatst naar één zijde van het plein. Op het plein is het een ‘va et vient’ van bezoekers die zich vergapen aan allerlei attracties en zich te goed doen aan heerlijkheden. Aan de buitenkant van het plein staat de Koutoubia moskee waarvan met de bouw begonnen is tijdens de Almoraviden, maar van de iconische minaret voorzien is door de Almohaden. De naam komt van het Arabische woord voor bibliothecaris omdat rond de moskee boeken en pamfletten werden verkocht. De eerste avond in Marrakesh moest en zou ik meteen naar het beroemde Djemaa El Fnaaplein om de sfeer te proeven. Ik had nog niet gegeten, dus ik schoof aan bij een van de vele marktrestaurantjes. Daar zag en proefde ik wat het land te bieden heeft. Het was een bonte, geurige, rokerige en lawaaierige ervaring. Verse etenswaren zoals groenten, vlees, vis en gevogelte waren in grote overvloed uitgestald. Het was moeilijk om te kiezen. Maar toen ik een keuze had gemaakt werd het met een nood vaart gebakken, geroosterd en/of gestoofd en verscheen het op kleine bordjes met brood voor mijn neus. Ik vond het zo’n geweldige ervaring dat ik al etend de berg vers-waren zat te tekenen met aan de leiding een bazige Marokkaanse schoonheid met cowboyhoed. Wat een binnenkomer: heerlijk! (03 Marokko)

Soefi’s

Mohammed de Chauffeur noemde zichzelf een belijder van het Soefisme. Soefisme is een mystieke vaak ‘volkse’ richting in de Islam waarvan de volgelingen door middel van o.a. zang, dans en het opzeggen van de 99 namen van God dichter bij het Goddelijke Zijn proberen te komen. Dat doen ze in Tekke, kloosters, maar ook in Zaoula’s ‘hoeken’ van samenkomst die in bijna ieder dorp in Marokko te vinden zijn. Soefisme is bijna zo oud als de Islam. Er wordt gezegd dat Ali, de schoonzoon van Mohammed en vierde rechtgeaarde Kalief de grondlegger ervan is. In Marokko was Soefisme van het begin af aan erg populair. Er zijn verschillende Soefi meesters (v/m) en ook kloosterorden die hun oorsprong in het land hebben. Ibn Khaldoun zei over de Soefi’s: ze komen tot hun verheven staat door studie, weldoen en ascetisme. Wat ze zodoende aan paranormale gaven verwerven is toevallig maar wel echt. Ze noemen zulke heiligheden ‘daden van Goddelijke genade’. De Almohaden hebben het Soefisme in Marokko aangemoedigd en het als instrument ingezet om de leer van Ibn Toemart te zwaard te verbreiden. Daarvoor hebben ze versterkte Soefi kloosters z.g. Ribat’s gebouwd. Het Soefisme beleeft momenteel een grote opleving als tegenhanger van het ‘fundamentalisme’. Vooral het Soefi adagio ‘kijk eerst naar jezelf en dring je mening niet op aan anderen’ vindt weerklank. Het huidige Soefisme is zelfs begiftigd met een soort Relipop. Menig kilometer die wij maakten ging voorbij op de zoet-sentimentele tonen van liedekens met gekweel over Liefde voor Die Ene Echte in het Arabisch en Engels! Onderschrift: het is geen makkie om het Djemaa El Fnaa plein waar altijd wel een Soefi zang en dans plaatsvindt in een tekening te vatten. Met het fototoestel gaat het beter. (8 Marokko)

De Almohaden

Zo goed als vrouwen en Joden het hadden onder de Almoraviden zo slecht kregen ze het onder de Almohaden. De Almohaden zetten echter wel de steun aan filosofie en bouwkunst voort. Hun bouwstijl was vooral sober zoals de iconische minaret van de Koutoubia moskee, de poorten van Fez en de muren van Marrakesh. Net als de Almoraviden kwamen zij voort uit een herinterpretatie van de Islam. Dit keer was de 11de eeuwse Ibn Toemart de grote inspirator. Na een studie in Cordoba en Bagdad kwam de jonge Ibn Toemart in Marrakesh fulmineren tegen de zedeloosheid van de elite en de vrijheid van de vrouwen. Hij werd uit de stad verjaagd en vestigde zich in Tinmel in het hart van zijn stamgebied in de Hoge Atlas. Hij riep zichzelf uit tot Mahdi ‘wijzer van het juiste pad’: een soort Messias in de Sjiitische traditie. Van zijn hand zou een Koran in het Berber verschenen zijn waar echter nooit sporen van zijn teruggevonden. Hij maakte de onplaatsbaarheid en onstoffelijkheid van God tot centraal dogma. Daaraan ontleende de ‘beweging’ z’n naam: Al Moewahhidoen verbasterd tot Almohaden. Hun rijk beheerste behalve gebieden in Spanje de hele Maghreb. Na een periode van grote bloei viel het rijk in de 13de eeuw uiteen en werd het een makkelijke prooi voor opkomende machten. Onder de Almohaden kwam het Soefisme tot grote bloei. Onderschrift De moskee van Tinmel in de vallei van de Oued N’Fiss is door Ibn Toemart gesticht. Het wordt in goede staat onderhouden, maar heeft zijn status als moskee verloren schijnbaar vanwege het Sjiïtische karakter van de stichter. Daardoor mogen ‘ongelovigen’ het nu wel bezoeken. (14 Marokko ZW)

Marrakesh de koninklijke stad

Marrakesh ligt in de Haouz een vruchtbare vlakte aan de voet van de Hoge Atlas. Het klimaat en de watervoorziening is er gunstig. Doordat er naast het water dat van de bergen komt er ook regelmatig een bui valt, stroomt het water niet alleen weg in rivieren, maar siepelt het onder de grond en blijft. Door deze gunstige omstandigheden hebben Berbers de plek al sinds neolithische tijden bewoond. In de tweede helft van de 11de eeuw is Marrakesh gesticht door Joesoef een telg uit de Berber dynastie der Almoraviden. Joesoef heeft samen met zijn vrouw Marrakesh van kampement tot stad gemaakt. Zij hebben Marrakesh het karakter gegeven van stad te midden van de palm- en olijfgaarden. Dat nu nog gekoesterd wordt. Joesoef heeft de watervoorziening veilig gesteld door een systeem van Khettara aan te laten leggen. Hij en zijn vrouw schaften ook alle belastingen af, behalve die genoemd zijn in de Koran. Hierdoor kon de handel en kunsten opbloeien. Onder hen werd Marrakesh ook het centrum voor de trans Sahara handel en kreeg het contact met de rest van de Maghreb. Helaas zijn veel van hun bouwwerken vernietigd door de dynastie die na de Almoraviden kwam: de Almohaden. Marrakesh als zetel van de macht sprak sindsdien zo tot de verbeelding dat ‘in het buitenland’ de namen Marokko en Marrakesh onderling inwisselbaar werden. Onderschrift: In de Medina van Marrakesh (62 Marokko)

zaterdag 31 oktober 2015

Almoraviden

De Almoraviden kwamen voort uit Berberstammen in Mauretanië die nog maar net tot de Islam waren bekeerd. Met het vuur van echte bekeerlingen trokken zij in de 9de eeuw ten strijde. Al snel controleerden ze het zuidelijk deel van de trans Sahara goudhandel. Maar het noorden lonkte en in 1056 trok een coalitie van verwante stammen over de Hoge Atlas naar de Haouzvlakte waar zij in 1062 Marrakesh stichtten. Vanuit Marrakesh regeerden zij op het toppunt van hun macht een rijk dat zich uitstrekte van de Pyreneën tot en met Mali. Voor het eerst was er een groot Islamitisch rijk dat niet Arabisch van oorsprong was. Hun strikte beleving van de Islam stond niet in de weg dat zij bouwkunst, wetenschap en filosofie begunstigden. Ook moedigden zij interreligieuze uitwisseling aan. Bij hen hadden de vrouwen het goed net zoals Mohammed het gewild had, kan men wel zeggen. Dat werd hun echter niet in dank afgenomen vooral niet in Al Andaluz, het belangrijke Spaanse deel van het rijk. Zelfs nu nog (of alweer) worden Almohaviden vrouwen veroordeeld door fundamentalistische publicisten. Onderschrift: de groene dakpartijen van de Madrassa Ben Joesoef gebouwd rond 1570 en vernoemd naar de stichter van Marrakesh (60 Marokko)

De drang naar het noorden

Ibn Khaldoun heeft voor ons gemak de wereld ingedeeld in klimatologische zones. In 1918 heeft Köppen het nog eens dunnetjes overgedaan en hij krijgt de eer. Inmiddels was het wereldklimaat wel wat veranderd. Maar in de tijd dat Ibn Khaldoun zijn ‘klimaatclassificatie’ deed, lagen de Maghreb en de andere gebieden rond de Middellandsezee in de ‘gematigde zone’: wij in de koude noordelijke zone, Arabië en de Sahara in de woestijnzone en alles daaronder in de tropenzone. In de gematigde zone, waar de seizoenen zich afwisselden en gewassen welig tierden, was het goed toeven. Daar zat ook de verleidelijke welvaart en daarom trok het ‘gelukzoekers’ aan. Van Ibn Khaldoun weten we hoe de twee eerste grote Berber dynastieën de Almoraviden en de Almohaden door religieus enthousiasme gedreven hun triomftocht vanuit het zuiden begonnen. Hoe zij de macht veroverden over klimatologisch gematigde gebieden en hun glorieuze stempel drukten op wat nu Spanje en Marokko is. Hij beschreef ook hoe zij daarna vervielen in decadentie, hoogmoed en willekeur om ten slotte ten onder te gaan en vervangen te worden door nieuwe, frisse krachten. De drie generaties cyclus van dynastieën noemde hij het. Onderschrift: Vanaf de Tizi-N-Test pas naar beneden door de vallei van de Oued N’Fiss op weg naar de gematigde zone. (18 Marokko ZW)

vrijdag 30 oktober 2015

Deel 7 Over de hoge bergen

Onderschrift: De weg van Ouazarzate naar Marrakesh over de Tizi-N-Tichka pas (17 Marokko)

Dromen kan iedereen

In Marokko doen ze hun best om jongensdromen te verwezenlijken. Als gekken door de woestijn rijden op Quads, in 4xdrives of Amerikaanse militaire stijl wagens, is daar één voorbeeld van en misschien wel de meest populaire. De heren der schepping kunnen net doen alsof ze voor het programma Top Gear testrijden of deelnemen aan de Dakar rally en ‘s avond met elkaar rond het kampvuur zitten en pochen over de avonturen van de dag met een glas belegen whisky aan de lippen. Intussen kunnen de dames ook hun meisjesdromen in vervulling laten gaan. Niets is sexier dan je te laten verleiden door een goedgebouwde woestijnkanjer. Mohammed de Chauffeur probeerde toen we eenmaal het einde van de Draavallei naderden aldoor onze aandacht te vestigen op paraderende mannetjesputters. ‘Die zijn er voor de Dames,’ benadrukte hij grijnzend. Hij leek teleurgesteld dat wij geen gebruik van hun diensten wensten te maken. ‘De mannen zijn hier zo desperaat dat ze zich letterlijk voor de auto werpen,’ wist hij. ‘Ze zijn bannelingen uit het zuiden.’ Na een tijdje begon het me te dagen: Polisario, Zuid Marokko was vroeger een Spaanse kolonie, genaamd West Sahara. Begin zeventiger jaren kwam er een beweging op gang voor onafhankelijkheid: het Polisaio Front. Echter na de dood van Franco verviel het land aan Marokko dat sedertdien in oorlog is met de Polisario. Daarmee was de droom voor een onafhankelijk West Sahara vervlogen. Beloftes voor een referendum over zelfbeschikking zijn op de lange baan geschoven. Dus naar deze uithoek zijn de vechters verbannen. Onderschrift: keuze te over in de stad van kanjers Tagounit (30 Marokko)

donderdag 29 oktober 2015

Land van duizenden heiligen

Islam betekent onderwerping. Het betekent niet onderwerping aan iets (een systeem of gewoonte) of iemand (met autoriteit), maar aan de enige echte God: de God van Abraham. Dat sluit de verering uit van Moloch, het Gouden Kalf, huisgoden en heiligen. Toch heeft in Marokko ieder dorpje wel iemand of iets heeft dat vereerd moet worden. Een rijk religieus bewustzijn, zou ik zeggen, maar niet Mohammed de Chauffeur. Volgens hem is het niets anders dan afgoderij. Toen ik dit leuke mausoleumpje van een of andere heilige ergens in de Draavallei zat te tekenen, fulmineerde hij over de vrouwen en meisjes die meer vertrouwen hadden in de krachten van zo’n gebouwtje dan in God. Ibn Khaldoun herkent drie gradaties van heiligheid. Op de hoogste trap staan de Profeten, gevolgd door de Heiligen. Op verre afstand daarvan staan op de derde plaats de Paranormaal Begaafden. Volgens hem kunnen gewone mensen zoals jij en ik nooit tot spirituele perceptie komen. Daarvoor is onze ziel te zwak. De Profeten, die altijd van onbesproken karakter en gedrag zijn, worden, buiten zichzelf om, door God gebruikt om de wereld kont te doen van Zijn intentie. Zij zijn begiftigd met een ‘geavanceerd bewustzijn’ en kunnen daardoor ‘wonderen’ verrichten. Heiligen zullen nooit direct aangestuurd worden door God, maar kunnen wel contact hebben met de Engelen. Zij hebben een inwaarts gerichte, intuïtieve intelligentie. Zij bereiken daardoor een ‘verheven’ status en worden daarvoor geëerd. Veel van de Paranormaal Begaafden daarentegen moeten met een korreltje zout genomen worden, volgens Ibn Khaldoun. Vaak zijn het oplichters, tovenaars en kwaadwilligen. Als ze al iets kunnen of doen dat ‘wonderbaarlijk’ is, of iets voorspellen dat ook werkelijk uitkomt dan is het een toevalstreffer. Toch bestaan er volgens hem ook echte Paranormaal Begaafden. Het is dus oppassen geblazen. (36 Marokko)

De bibliotheek van Tamegroute

Ter voorbereiding van mijn eertse tekenreis naar Marokko las ik dat in het kleine plaatsje Tamegroute ver weg achter de Hoge Atlas, aan de rand van de Sahara een bibliotheek was met een hele oude Koran. Het feit dat dit onbekende stadje, ver weg van de belangrijke culturele centra zoiets als een bibliotheek had met een zeldzaam oud manuscript boeide mij zozeer dat het een focuspunt van mijn reis werd. Tamegroute lag aan de belangrijke karavaanroute van en naar Marrakesh. Daarom werd het al vanaf de 11de eeuw een belangrijk religieus centrum. In de 16de eeuw had het een gerenommeerde school die in 1640 door Nasir Al Drawi overgenomen werd. Naar hem is de Soefi Orde Nasiriyya vernoemd. Hij was een schrijver van geleerde werken en onder zijn invloed werden meerdere Soefi scholen gesticht in het zuidelijk deel van de Maghreb. Zijn opvolgers zetten zijn werk voort en studenten vanuit de hele Arabische wereld kwamen naar Tamegroute. De bibliotheek werd de grootste en rijkste van heel Noord Afrika. Mij werd een getal van 50.000 manuscripten gegeven, waarvan het overgrote deel inmiddels verdwenen is uit de collectie. Maar de 4200 exemplaren die er nog zijn, zijn een bezoek aan de bibliotheek meer dan waard. De collectie is verdeeld in de belangrijkste onderwerpen van alle belangrijke schrijvers uit die tijd, waaronder theologie, filosofie, sterrenkunde, aardrijkskunde en medicijnen. Het gebouw waar de bibliotheek nu in gevestigd is, is uit de 19de eeuw en herbergt nog steeds een belangrijke Soefi school met 140 leerlingen. Ook komen er veel zieken op de heiligheid van de plek af. Op de tekening staat een tekst uit de 14de eeuwse koran oorspronkelijk afkomstig uit Cordoba. De tekst gaat erover dat alleen vlees van een ritueel geslacht of tijdens de jacht gedood dier gegeten mag worden en niet vlees van een dier dat al dood was. (33 Marokko)

woensdag 28 oktober 2015

Vervallen verleden

Een Ksar is een voorbeeld van Berber architectuur dat ook bekend is in Spanje (Alcázar) en Portugal (Alcácer). Ksars komen vooral voor in het deel van de Maghreb dat aan de Sahara grenst en dus ook in de Draavallei. Een Ksars is een verdedigbaar dorp dat uit leem of uit leem en steen is opgetrokken. De Ksar aan de rand van Agdz in de Draavallei was jarenlang een gruwelgevangenis van het repressieve regiem. Nu wil men er ter herinnering een museum van maken. In de film ‘The Sheltering Sky’ van Bernardo Bertolucci was het de Franse garnizoens kazerne. Net als een Ksar is een Kasba ook uit leem of leem en steen opgetrokken. Architectonisch is een Kasba van buiten vaak minder streng, maar verder is het moeilijk een onderscheid te maken. Het woord Kasba heeft meerdere betekenissen. Zo is het een fort in de Medina zoals in Marrakesh. Soms wordt de hele oude stad Kasba genoemd zoals in Tamagroute. Op het platteland wordt de woning van het dorpshoofd Kasba genoemd. In dat geval ligt het dorp buiten de hoge muren van de Kasba. In Agdz logeerden we in de oude Kasba van de familie van Abdelzack Ait El Caid. Abdelzack en zijn vriend de cineast Kamal El Kacimi hebben het totaal vervallen gebouw gedurende een acht jaar durende renovatie teruggebracht in de oude glorie. Abdelzacks grootvader Caid Ali was de laatste van het geslacht die nog de rechten van grootgrondbezitter had. Op foto’s is hij te zien met Generaal Lyautey de grondlegger van de Franse koloniale macht in Marokko. In 1956 direct na de onafhankelijkheid is Caid Ali gestorven.(18 Marokko)

De Palmairies van de Draavallei

De Draavallei ligt aan de bovenloop van de Draa en kenmerkt zich door een ketting van oases met woestijn ertussen. De groene band die de oases om de Draa vormen is soms tot 10 km breed. Maar het komt ook voor dat er alleen een droge zanderige bedding is met hier en daar verdorde dadelpalmen, acacia’s en bosjes tamarisken. Het is een toeristisch aantrekkelijk gebied met Agdz, Zagora, Tamegroute en Tagounit als belangrijkste plaatsen. In hun lange geschiedenis vielen de oases soms onder één gezag, maar meestal bestreden ze elkaar. Altijd waren ze echter belangrijke schakels in de Trans Sahara handelsroute die liep van Marrakeh naar de rest van Afrika en vise versa. Bij M’Hamid was bijvoorbeeld het ‘douane kantoor’ waar het goudpoeder uit de Soedan aankwam en munten werden geslagen. De vele Ksars die in de loop van de eeuwen gebouwd waren, werden focuspunten waar de boeren bescherming zochten tegen aanvallen van de nomadenstammen. Ze betaalden er duur voor met land. Zo verviel veel vruchtbaar land van de families die het bewerkten in handen van heersers die zich er hadden gevestigd. Daar is pas in de 20ste eeuw een einde aan gekomen. Het belangrijkste voedsel en de meest complete voedingsbron voor onderweg in de woestijn zijn dadels. De Draavallei wordt daarom ook wel de dadelmand van Marokko genoemd. Er groeien meer dan 18 soorten. Verder wordt er in de oases veel groenten en fruit geproduceerd en henna. Op de tekening is het uitzicht over de oase bij Agdz te zien vanuit de Kasba Des Arts. (19 Marokko)

dinsdag 27 oktober 2015

Woningen in Parc National Sous Massa

Toen de lange strook kust ten zuiden van Agadir werd uitgeroepen tot nationaal park met het doel de bijna uitgestorven populatie van de Heremietibis die daar broedde te beschermen woonden er al mensen. Er waren kleine dorpjes waaronder Tiznite en Sidi Rabat en er woonden vissers in grotwoningen in de kliffen boven de Atlantische Oceaan. Inmiddels heeft de populatie van de ibissen zich gestabiliseerd dankzij het feit dat ze de graasgrond niet met vee hoeven te delen, maar nu worden ze weer bedreigd door illegale uitbreiding van de dorpen. Want ook hier rukt het toerisme onweerstaanbaar op en de plaatselijke bevolking wil er een graantje van meepikken. Gelukkig zijn de meeste locaties moeilijk te bereiken, maar in het stranddorp Sidi Rabat wordt toch stevig gebouwd. Er is een duur legaal gebouwd eco-hotel op het strand wat niet erg druk bezocht lijkt. Buurman Hassan heeft zelf een pension met restaurant gebouwd aan de ingang naar het strand. Er wordt verder niets ‘nieuws’ gebouwd, maar iedere hut in het dorp wordt momenteel verbouwd tot villa. Wij zaten in een van die huizen en vanuit mijn slaapkamer aan de achterkant keek ik uit op een andere verbouwing. De Heremietibis bouwt zijn nesten in holen in de klifwanden. In het nationale park moeten ze om ruimte wedijveren met de uitdijende families van de vissers die in grotwoningen huizen. Onderschrift 1: de grote verbouwing Onderschrift 2: op de plek waar ik de Ibissen tekende, tekende in ook de ingang naar de grotwoningen. (24/29 Marokko ZW)

De Heremietibis van het Parc National Sous Massa

De monding van de rivieren Sous en Massa is in 1991 tot Nationaal Park uitgeroepen. Het is een gebied dat voornamelijk bestaat uit begraasde steppen dat als fourageergebied is gereserveerd voor ibissen en gazellen. De kust bestaat uit zandduinen, zandstranden en kliffen met daartussen draslanden. Vooral de draslanden zijn rijk aan flora en fauna. Ook dit gebied heeft zwaar geleden onder jaren van droogte, maar Hassan onze buurman in Sidi Rabat vlak bij de monding van de Massa rivier die er zijn hele leven heeft gewoond en het park als zijn broekzak kent, is niet bevreesd. ‘Zodra het water komt, ontspruiten de zaden en komen de eieren uit.’ Ik ben nogal sceptisch, maar inderdaad: toen na de heftige regens van de winter van 2014/15 de monding opvulde met water en er overal kreken en poelen ontstonden, barstte het leven los en liep alles uit. Juist die menging van woestijn en zoetwaterleven, maakt het park zo bijzonder voor de bezoeker. Het gebied herbergt 3 van de vier broedplaatsen van de bedreigde Heremietibis (95% van de wereld populatie) die ooit ook in grote delen van Europa voorkwam. Ik was zo gelukkig om een groepje tegen te komen. Ze waren niet bang en lieten rustig hun bijzonder wild uitziende tooi portretteren. Onderschrift: Een kolonie Heremietibissen op het randje van een klif boven de Atlantische Oceaan (23 Marokko ZW)

maandag 26 oktober 2015

Aan de Atlantische Oceaan

In de zestiger en zeventiger jaren kwamen meer vreemdelingen naar de Atlantische kust ten zuiden van Agadir. Zijn kwamen via de ‘Hippy Trail’ en veel bleven hangen, profiterend van het lekkere weer, de blow, de goedkope prijzen en de vriendelijke bevolking. Op een gegeven liep het zalige strandleven echter zodanig uit de klauwen dat de vissers van Sidi Ifni in protest met de hippies op de vuist gingen. Veertig jaar later heerst er nog steeds een beetje een hippy zweem over plaatsjes als Mirleft en Sidi Ifni. De kust er omheen is heftig in ontwikkeling. Overal verrijzen blokkendozen vol ongeïnspireerde, vakantieappartementen en huizen. De meeste daarvan worden door Fransen ontwikkeld. De rijken bouwen exotische villa’s zoals die waar wij logeerden. Een Fancaise beheerde de villa voor een stel rijke nichten uit Brussel en verhuurde als zij er zelf niet waren op hun verzoek kamers. De villa stond op zichzelf op een rots aan zee aan de noordkant van een klein dorp net buiten het areaal vakantiepret. Het had een verwarmd zwembad, een eigen kok en bedienden. Wij waren de enige gasten tot op een nacht er een drietal auto’s arriveerden. Een belangrijk personage begeleid door bodyguards kwam met zijn maitresse om te neuken. (52 Marokko ZW)

Oeqba Ibn Nafi

Alhoewel in luttele jaren na de dood van de profeet Mohammed Azïe tot en met Oezbekistan was bekeerd tot de Islam , ging de verovering en bekering van Noord Afrika, niet van een leien dakje. Pas tijdens de Oemmajaden lukte het eindelijk om de Maghreb te doorkruizen. Maar de Berbers lieten zich niet makkelijk de wet voorschrijven en na de eerste veldtocht duurde het nog een eeuw eer de Islam voorgoed in de Maghreb postvatte. Die eerste veldtocht onder leiding van Oeqba Ibn Nafi sprak echter zeer tot de verbeelding. Nafi was zoals gewoonlijk van een smetteloze afkomst. Geboren in Mecca in dezelfde stam als de profeet viel aan hem in 670 de eer te beurt om de banier van de Oemma naar het Wilde Westen te brengen. Na de Libische woestijn te hebben doorkruist besloot hij om een bruggenhoofd te stichten. Het werd Kairouan in Tunesië. De stichting van die stad is doordrenkt met magische mythen. Van daaruit voerde hij zijn troepen in westelijke richting. Ten zuiden van het huidige Agadir bereikte hij tenslotte de Atlantische Oceaan. Hij reed zijn paard de branding in en riep: ‘ Als de zee mij niet had tegengehouden zou ik door zijn gereden om het woord van God tot in alle onbekende koninkrijken van het Westen te brengen en het heidendom daar te bestrijden.’ Daarop draaide hij om en duurde het nog wel een eeuw eer Moulay Idriss uiteindelijk de Berberneuzen dezelfde kant uit kreeg. Onderschrift: Volgens mij reed Oeqba Ibn Nafi hier bij Tifnite tussen de mondingen van de Oued Sous en de Oued Massa de zee in (27 Marokko ZW)

zondag 25 oktober 2015

Plattelandsvrouwenvereniging

Malika en Jamal Moussali wilden meer dan een thuishaven bieden aan Britse rotswandbeklimmers. Hun oorspronkelijke ambitie was de boeren in de buurt te betrekken bij de restauratie en zo de kennis van traditionele bouwtechnieken nieuw leven in te blazen. Zij zijn niet de enige Marokkanen die daarmee bezig zijn. Er is een grote honger naar traditionele kennis. In het moderne Marokko trekken oud en nieuw nog naast elkaar op. Maar voor hoe lang nog? Daarom is het bemoedigend om te zien dat respect voor het verleden leeft. Vooral in gebieden die wel bezocht worden door toeristen, maar niet overspoelt zijn, kwam ik dit keer op keer tegen. Toen het Jamal en Malika gelukt was met de restauratie wilden ze doorpakken op het sociale gebied met de vrouwen. Ze wilden dat de vrouwen hun kennis van het maken van decoratieve en gebruiksvoorwerpen in zouden zetten voor de markt om ze daarmee een inkomen te verschaffen. Malika had het idee om bijv. het maken van arganolie gezamenlijk in de Agadir te doen, zodat vrouwen niet alleen met elkaar contact konden hebben, maar ook zouden kunnen leren lezen en schrijven. Daarvoor richtte ze een Cooperative Feminine op. Helaas bleef het bij een droom. De vrouwen mochten van de familie oudsten wel producten leveren, maar niet uit huis weggaan om samen wat te doen. Onderschrift: uitzicht vanuit de eetzaal van Tizourgane. Onder een regen zwangere wolken worden ook hier prachtige huizen gebouwd door migranten. De oude ronde dorsvloer ligt er nog wel, maar wordt niet meer gebruikt. (33 Marokko ZW)